9 augustus 2026
Badkamertegels kiezen: een nuchter stappenplan (zonder spijt achteraf)
Er is geen ruimte waar tegels zó bepalend zijn als de badkamer: vloer, wanden, vaak tot aan het plafond. De tegel ís het interieur. Dat maakt kiezen spannend, want wat je kiest, blijft vijftien tot twintig jaar zitten. Na duizenden badkamergesprekken in de showroom weten we inmiddels precies waar keuzestress vandaan komt: mensen beginnen bij het accent (de leukste tegel!) en werken terug. Doe het omgekeerd. Dit is de volgorde.
Stap 1: de vloer eerst, en die moet twee dingen kunnen
De badkamervloer is de enige tegel met harde functionele eisen: hij moet stroef genoeg zijn (R10, bij een inloopdouche R11; hier lees je wat dat betekent) en hij moet tegen water. Elk modern porselein kan dat laatste; de stroefheid is de eigenschap waarop je filtert. Kies de vloer in een kleur die iets donkerder of gelijk is aan de wand. Een vloer die lichter is dan de wanden voelt bijna altijd 'omgekeerd' aan.
Overweeg meteen elektrische vloerverwarming onder de vloertegel: relatief kleine ingreep bij een renovatie, dagelijks comfort, en een vloer die na het douchen snel droogt.
Stap 2: de wanden, het rustige canvas
De wanden zijn de grootste oppervlakte, dus hier geldt: rust wint. De veilige (en anno nu mooiste) route is wandtegels in dezelfde look als de vloer, of één tint lichter. Doorlopend van vloer naar wand ontstaat dat kalme, hotelachtige geheel, zeker met de zachte steenlooks die nu de trend zijn, van warme betonlook tot Taj Mahal-achtige adering.
Tot het plafond betegelen of tot 1,20 meter? Ons antwoord in negen van de tien gevallen: in de natte zones (douche, rondom het bad) altijd tot het plafond; op overige wanden mag stucwerk boven een betegelde lambrisering. Dat geeft lucht en scheelt budget. Zorg wel voor vochtbestendig stucwerk en goede ventilatie.
Stap 3: nú pas het accent
Met een rustige basis staat álles, en dan mag er één plek zijn die spreekt. Eén, niet drie. De beproefde plekken: de wand achter de wastafel (op ooghoogte, elke ochtend in beeld), de nis in de douche (klein oppervlak, groot effect, mooi met mozaïek), of de wand achter het vrijstaande bad. Denk aan reliëftegels, smalle kitkat-staafjes, een visgraatje of een uitgesproken marmerlook. De vuistregel uit stap 2 blijft gelden: hoe drukker het accent, hoe stiller de rest.
Stap 4: formaat en voeg afstemmen op de ruimte
Kleine badkamer? Grote tegels. Dat klinkt tegenstrijdig, maar minder voegen betekent minder visuele hokjes en dus meer ruimtegevoel. 60x120 aan de wand van een kleine badkamer doet wonderen. Kies gerectificeerde tegels met een smalle voeg in de kleur van de tegel, en let bij de vloer op de afvoer: bij een inloopdouche wordt grootformaat vaak op afschot gezaagd naar een lijngoot. Vakwerk, maar dagelijkse praktijk voor een goede tegelzetter.
Over voegen gesproken: in de badkamer werken donkerdere voegen op de vloer nét even praktischer (schoonmaakgids hier), terwijl wandvoegen in tegelkleur het rustigst ogen.
De drie klassieke badkamerspijtjes
Spijt 1: gekozen op de vierkante centimeter. Een tegel van 10x10 cm in je hand zegt niets over een wand van 6 m². Bestel proeftegels en bekijk ze thuis, staand tegen de muur, bij kunstlicht én daglicht. Badkamerlicht is meestal kunstlicht, en dat maakt kleuren kouder.
Spijt 2: de trend van dit jaar over de hele badkamer. De hippe kleur van nu is over acht jaar de 'avocadogroene badkamer' van toen. Trend in het accent en de accessoires; tijdloos op de grote vlakken.
Spijt 3: bezuinigd op waterdichting en kit. Onzichtbaar tot het misgaat. Kimband, waterdichte coating in de natte hoeken en kwaliteitskit horen er gewoon bij. Alles daarvoor vind je bij het toebehoren.
Van moodboard naar bestelling
Neem je plattegrond, foto's en twijfels mee naar de showroom in Weesp. Op afspraak, dus met echt de tijd. We bouwen je badkamer daar op tafel op: vloer, wand, accent naast elkaar, inclusief voegkleuren. Daarna rekenen we de hoeveelheden uit en bestel je alles in één batch. Online vast rondkijken? Start bij de wandtegels en vloertegels.
